9. Doedelen en droedelen

Paul Klee, Wet, 1938 | Gouache op krantenpapier, neergelegd door kunstenaar op dunne kaart | 48,6 x 32,7 cm

Hilma af Klint, The Ten Largest, No. 3, Youth, Group IV, 1907 | Olie en tempera op papier | © Courtesy Stiftelsen Hilma af Klints Verk

Nodig

  • (Klad)blaadjes of tekenpapier
  • Pennen, potloden en/of krijt en verf

In ’t Engels zeg je doodle en in ’t Nederlands droedel. ‘Ik droedel maar wat aan…’, kun je zeggen als je zomaar wat krabbels tekent zonder erbij na te denken. Je bent met je gedachten heel ergens anders. Misschien wel bij de les of je bent aan het dagdromen. Het begint meestal in de kantlijn van je schrift of op een kladblaadje. Een simpel tekeningetje dat steeds groter wordt. Oudere mensen droedelen ook nog. Vooral tijdens saaie vergaderingen en lange telefoongesprekken.

Droedels worden groter en groter. Bloemetjes, oogjes, poppetjes, figuurtjes. En dan zie je ineens: wat mooi! Zomaar gemaakt zonder erbij na te denken.

Kunstenaars zullen vast veel gedroedeld hebben en er misschien wel kunst van hebben gemaakt. Alhoewel, kunst wordt meestal niet gemaakt zonder erover na te denken.

Doen

  1. Ga op zoek naar je eigen droedels.
  2. Is er nog ruimte over, ga dan verder droedelen.
  3. Kies je fijnste manier van droedelen.
  4. Maak daar een droedelkunstwerk mee.